Historie

Zegel Hervormde gemeente Rhoon
Zegel der kerk van Rhoon en Pendrecht
“Wees getrouw tot den dood en ik zal u geven de kroon des levens” Openbaring 2:10

Aan de Dorpsdijk van Rhoon, net ten zuiden van het kasteel, staat een eeuwenoud kerkgebouw. Omstreeks 1430 was de bouw van de kapel (het huidige koor) en de toren voltooid. De kapel bood voldoende ruimte voor de uitoefening van de rooms-katholieke eredienst. Naast de toren stond een doopkapel. Die doopkapel was nodig om te voorkomen dat de eigenlijke kerkruimte ontwijd zou worden door ongedoopten. In 1766 werd deze doopkapel afgebroken. Bij de restauratie in de zomer van 1995 zijn nog muurresten teruggevonden.

Het oorspronkelijke kerkgebouw bevatte geen schip. Tussen kapel en toren bevond zich een lege ruimte. Pas omstreeks 1500 werd deze ruimte volgebouwd, waardoor een gebouw ontstond dat toren, schip en koor bevatte. Dit gebouw werd op de twintigste mei van genoemd jaar gewijd door een wijbisschop. Het Godsgebouw was gewijd aan St. Willibrord. In de sterk voorover hellende toren zit boven de deur nog een nisje, waarin een beeldje van St. Willibrord heeft gestaan.

Het koor lag een stuk hoger dan het schip. In het kerkgebouw is dit verschil tot enkele traptreden teruggebracht. In het koor bevond zich een leprozen raam. Door dit raam konden leprozen of geëxcommuniceerden toch nog een blik op de misbediening bij het altaar werpen. Tijdens de restauratie van 1939 is dit raam weer hersteld.

De kerk is gebouwd in vroeg gotische stijl en bevat zowel in het koor als in het schip de voor zijn stijl kenmerkende hoge gotische ramen.

Binnen in het kerkgebouw valt het gewelf op met haar ossenbloed rode kleur. De muren zijn grauw gepleisterd en ongeverfd. Zware eikenhouten binten rusten op de in de zijmuren ingemetselde muurstijlen. Voor in het koor bevonden zich drie ramen, waardoor de gemeente het morgenlicht vanuit het oosten zag binnenvallen. Die ramen waren bedoeld om het zicht te behouden op Jeruzalem. Daarop oriënteerde de gemeente zich. Het oosten, waar de dag van onze Heer Jezus Christus zal beginnen als Hij verschijnt om de schapen en de bokken te scheiden en een nieuwe hemel en een nieuwe aarde te scheppen.

De doden, die in de kerk begraven waren, lagen allemaal met het gezicht naar het oosten gewend, zodat zij bij het klinken van de bazuinen direct Christus zouden kunnen zien. Die symboliek ging in het jaar 1739 verloren toen de ramen dichtgemetseld werden om het grote Bentinck monument met de flankerende rouwborden te kunnen plaatsen. Dit monument, ontworpen door Daniël Marot in opdracht van Willem Gustaaf Bentinck, werd opgericht ter herinnering en nagedachtenis aan zijn vader Hans Willem Bentinck. Op het dominant massief wit marmereren monument bevinden zich de wapens van Bentinck, Jane Marthe Temple en Anna de Villiers. De rouwborden zijn van de volgende generaties Bentinck. In het koor zijn twee grafkelders. De oudste grafkelder is vrijwel zeker door de eerste heer van Rhoon, Biggo van Duiveland, gebruikt. In 1780 nam Isaac Tromer (rentmeester) deze inmmiddels geruimde kelder in gebruik. De tweede kelder is de grote- of Bentinckkelder, waarin doden uit de familie Bentinck liggen. Het kergebouw bevat, naast deze twee grafkelders, nog 35 grafzerken. Opvallend is de zerk van abdis Adriana van Roon.

Dorpskerkgebouwen hadden nogal te lijden van het geweld der natuur. Ze stonden bloot aan storm, regen, vorst en hitte. In 1577 werd het kerkgebouw van Rhoon “seer verachtert” genoemd, wat volgens de bron te wijten was aan dijkdoorbraken. Op zulke momenten betekende herstel een forse aanval op de schatkist van de heer van Rhoon en/of zijn onderdanen. In 1905 brak er brand uit in de kerktoren. De toren trok als een schoorsteen en de vlammen verwoestten alles op hun weg naar boven. De luidklok uit 1650 smolt door de hitte en ging verloren.

De preekstoel dateert van omstreeks 1650. Bovenop ligt een koperen lezenaar, waarop de kanselbijbel ongelezen rust. Sinds de overgang naar het Protestantisme in 1572 staat niet langer het altaar in het koor centraal, maar de preekstoel. Het schip van de kerk werd steeds meer gevuld met stoelen en banken om plaats te bieden aan de groeiende menigte kerkgangers. Voor de mensen van stand stond er een Herenbank met fraai houtsnijwerk. Deze bank is uitgevoerd in Renaissancestijl en zeer waarschijnlijk eind 16e eeuw vervaardigd. Deze bank wordt nu gebruikt door de kerkenraad.

In 1807 kreeg het kerkgebouw voor het eerst een orgel ter ondersteuning voor de gemeentezang. Het instrument was gebouwd door F.L. Schmidt. De brand die in 1905 uitbrak en de toren vernietigde, veroorzaakte zoveel water- en rookschade aan het orgel dat het niet meer te repareren was. In 1912 heeft orgelbouwer Van de Kley een klein electro-pneumatisch orgel met 1 klavier met 8 registers en een pedaal met 2 stemmen geleverd. Het Van de Kley orgel, gebouwd in de zogenaamde vervaltijd van de orgelbouw, was in de loop der jaren zo slecht geworden dat in 1972 de firma van Vulpen opdracht kreeg een nieuw orgel in de bestaande Van de Kley orgelkas te bouwen. Van de Kley had gebruik gemaakt van enkele goed overgebleven pijpen van het Schmidt orgel. Ook Van Vulpen heeft deze Schmidt pijpen in het nieuwe orgel gebruikt met nog enige goede pijpen van het Van de Kley orgel.

Alle overige pijpen zijn nieuw vervaardigd door Van Vulpen. Bij de oplevering van het orgel door Van Vulpen werd de orgelkas, die aanvankelijk in “oud-keuken” groen geschilderd was, overgeschilderd met een erg donkere, bruinachtig groene kleur, bekend als “lei-groen”. Sinds 1996 is de kas fris crèmekleurig en gedecoreerd met blad goud. Op de twee zijtorens staan vazen, die afkomstig zijn van het oude Schmidt orgel. Op de middentoren staat een beeld van Koning David met zijn harp. Waar het beeld vandaan gekomen is, is niet bekend. Deze ornamenten zijn tussen 1993 en 1998 gerestaureerd.

Zaterdag 20 mei 2000, precies 500 jaar na de wijding van het gebouw, is er een raam met een zinnebeeld onthuld. In het koor aan de zuidkant onhulde de heer L.J. Pieters een gebrandschilderd kunstwerk van de heer Marc Mulders. Dit raam is getiteld “De Schepping”. Wie kijkt ziet eerst kleur, dan licht en schaduw en daarna verschillende motieven van vissen en bloemen. Zonnebloemen en irissen dringen zich aan de ogen op als representanten van het licht, maar vooral ook van Jezus Christus, die het Licht der Wereld is. Zeven vissen telt het raam. Zeven is het geal van de volheid. De vis is een christelijk symbool. “Ichtus” (Grieks voor vis) is het herkenningsteken voor de christenen. Het betekent: “Jesous Christos Theou Huios Soter” (dat is: Jezus Christus, Zoon van God, onze Redder).

Op 14 september 2002 is het tweede gebrandschilderde raam onthuld. Dit draagt de titel: “De ark van Noach-regenboog”. Het bijbelverhaal over de Ark van Noach is een verhaal over water en zondvloed. De regenboog symboliseert het Verbond, de bezegeling van de belofte, dat de wereld gespaard zal blijven voor een tweede zondvloed. In beide ramen wordt de Rhoonse geschiedenis met zijn overstromingen en acute dreigingen van water uit de rivieren of regen uit de hemel gesymboliseerd.

Tijdens de viering van het Heilig Avondmaal worden de oude kerkschatten uitgestald en gebruikt. De oudste stukken van het avondmaalszilver dateren uit 1708. Op de buikige bekers prijkt het wapen van de familie Bentinck, die dit garnituur schonk. Het geheel omvat twee bekers, een groot bord en een verzilverde tinnen kan. In juli 1919 werd door de heer J. Zalman een tweede set avondmaalsgerei geschonken, bestaande uit twee bekers en twee borden.

De verzilverde doopschaal is van 1869. De Heilige Doop is het scarament dat de gemeente verbindt met de kerk van alle tijden en plaatsen. De Heilige Doop is geen drijfzand, ook geen rotsgrond, maar pleitgrond. Wie geloofd zal hebben en gedoopt zal zijn zal zalig worden. Generaties groeiden op onder de bediening van Woord en Sacrament, onder de zegen van Vader, Zoon en Heilige Geest.